Nederlandse arbeidsmarkt absorbeert uitstroom zzp’ers zonder duidelijke stijging werkloosheid

Nederlandse arbeidsmarkt absorbeert uitstroom zzp’ers zonder duidelijke stijging werkloosheid
Flexibele arbeidsmarkt Nederland

Na een jarenlange groeiperiode daalt het aantal zzp’ers in Nederland, terwijl voormalige zelfstandigen vaak snel doorstromen naar ander betaald werk. Die overgang gaat regelmatig gepaard met een overstap naar een andere sector of beroepsgroep, wat wijst op een flexibele en dynamische arbeidsmarkt.

Hoogtepunten

  • Het aantal zzp’ers daalde tussen eind 2024 en medio 2026 met circa 131.000 tot onder 1,3 miljoen, zonder duidelijke stijging van werkloosheid.
  • Meer dan de helft van de stoppende zzp’ers vond binnen een kwartaal weer betaald werk, 7 procent werd werkloos, vergelijkbaar met eerdere jaren.
  • Ruim 50 procent van de voormalige zzp’ers wisselde van sector of beroepsgroep, vooral richting zorg, overheid, onderwijs en handel, wat arbeidsmobiliteit ondersteunt.

Uitstroom uit zelfstandigheid en snelle doorstroom

Zoals De Nederlandsche Bank meldt, waren er medio 2026 ongeveer 131.000 minder zzp’ers dan eind 2024, nadat het aantal werkenden met een zzp-baan als hoofdbaan in 2024 een piek van bijna 1,3 miljoen had bereikt. Sindsdien starten minder mensen als zzp’er en stoppen juist meer zelfstandigen.

Die uitstroom leidt volgens de analyse nauwelijks tot extra werkloosheid. Meer dan de helft van de zelfstandigen die stopt, heeft binnen een kwartaal opnieuw betaald werk gevonden. Ongeveer een derde stroomt door naar een vaste baan of een functie met uitzicht op een vast contract, terwijl een vergelijkbaar grote groep flexibel werk vindt. Daarnaast kiest een deel voor ondernemerschap met personeel.

Slechts 7 procent van de voormalige zzp’ers wordt werkloos, een aandeel dat vergelijkbaar is met voorgaande jaren. Daarmee betekent stoppen als zzp’er vooral een verschuiving binnen de arbeidsmarkt, en niet een bredere uitstroom naar werkloosheid.

Sectorwissels ondersteunen arbeidsmobiliteit

Een opvallende uitkomst is dat veel ex-zzp’ers niet simpelweg hetzelfde werk in loondienst gaan doen. Bijna de helft van de voormalige zelfstandigen die ander werk vindt, stapt over naar een andere sector, relatief vaak naar zorg en welzijn, overheid en onderwijs en handel, vervoer en horeca.

Daarnaast valt bijna 40 procent een kwartaal later in een andere beroepsgroep. Volgens DNB onderstreept dat een belangrijke mate van arbeidsmobiliteit, waardoor arbeid terecht kan komen op plekken waar die het meest nodig is en bedrijven en werkenden zich beter kunnen aanpassen aan economische veranderingen.

De afname van het aantal zzp’ers valt samen met het einde van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid per 1 januari 2025, waarna de Belastingdienst weer actief controleert op de kwalificatie van arbeidsrelaties. Op basis van de beschikbare cijfers is volgens DNB niet vast te stellen of die aangescherpte handhaving de belangrijkste oorzaak van de daling is, al ziet de centrale bank wel relatief veel beweging tussen zelfstandigheid en werknemerschap in sectoren waar schijnzelfstandigheid vaker ter discussie staat, zoals zorg, bouw, facilitaire dienstverlening en zakelijke dienstverlening.

Ons eerdere artikel over de landelijke uitrol van Werkcentra beschreef hoe het kabinet in elke arbeidsmarktregio één loket wil opzetten waar UWV, gemeenten, werkgevers, vakbonden en onderwijsinstellingen samen mensen aan werk, begeleiding en scholing helpen. Het doel is versnippering in arbeidsbemiddeling terug te dringen en de matching te versnellen, juist in sectoren met grote personeelstekorten zoals zorg en onderwijs.

Dit materiaal kan meningen van derden bevatten, geen van de gegevens en informatie op deze webpagina vormt beleggingsadvies volgens onze Disclaimer. Hoewel we ons houden aan strikte Redactionele Integriteit, kan deze post verwijzingen bevatten naar producten van onze partners.