Nederland ziet in CPB-analyse geen extra begrotingsruimte door ander boekhoudstelsel

Nederland ziet in CPB-analyse geen extra begrotingsruimte door ander boekhoudstelsel
Geen extra begrotingsruimte

De discussie over de manier waarop de Nederlandse overheid investeringen boekt, laait opnieuw op nu grote uitgaven voor onder meer defensie, infrastructuur en energie op de agenda staan. Een overstap van kasbasis naar een baten-lastenstelsel geeft wel beter inzicht, maar levert volgens de analyse op zichzelf nog geen extra ruimte op voor hogere overheidsinvesteringen.

Hoogtepunten

  • CPB concludeert dat overschakeling naar een baten-lastenstelsel geen extra begrotingsruimte oplevert voor Nederland, aangezien investeringen slechts 3,5% van het bbp uitmaken en niet worden belemmerd.
  • Het CPB stelt dat strengere begrotingsregels en de huidige rente boven 3%, in plaats van het kasstelsel, de ruimte voor extra overheidsleningen en investeringen beperken.
  • Stijgende rente-uitgaven verhogen het risico voor Nederlandse overheidsfinanciën en definiëren niet automatisch extra lenen als verstandig, ondanks maatschappelijke baten van investeringen.

CPB plaatst kanttekeningen bij boekhoudkundige omslag

Volgens het Centraal Planbureau werkt Nederland als een van de weinige Europese landen nog met een kasstelsel voor de rijksbegroting in plaats van een stelsel van baten en lasten. Critici stellen dat dit investeringen kan afremmen, omdat overheden de kosten vaak direct in het begrotingstekort moeten verwerken, terwijl bedrijven investeringen over meerdere jaren kunnen spreiden.

Volgens de analyse geeft een baten-lastenstelsel in beginsel beter inzicht in het gebruik van kapitaalgoederen. De Algemene Rekenkamer pleit daarom al langer voor invoering ervan, ook omdat dit de aansluiting met begrotingssystemen van gemeenten en andere landen verbetert.

Tegelijk wijst het CPB erop dat investeringen slechts een klein deel van de rijksbegroting uitmaken en dat er al regelingen bestaan om te voorkomen dat het kasstelsel zulke uitgaven belemmert. Uit de cijfers blijkt volgens het essay ook niet dat Nederland daardoor minder investeert, omdat de overheidsinvesteringen in fysieke kapitaalgoederen rond 3,5% van het bbp liggen, iets boven het niveau van België, Duitsland en Denemarken en duidelijk boven dat van Zuid-Europese landen.

Begrotingsregels en rente beperken extra leenruimte

De analyse stelt ook de vraag of niet zozeer het boekhoudstelsel, maar de begrotingsregels investeringen beperken. Volgens het stabiliteits- en groeipact mogen Europese landen een begrotingstekort hebben van maximaal 3% van het bbp en een schuld van maximaal 60%, maar Nederland hanteert al meer dan dertig jaar een trendmatig begrotingsbeleid waardoor tegenvallende inkomsten niet automatisch tot bezuinigingen leiden zolang uitgaven binnen het vastgestelde kader blijven.

Over die periode blijft het aandeel van overheidsinvesteringen in Nederland volgens het CPB opmerkelijk stabiel. Ook uit een internationale overzichtsstudie volgt geen bewijs dat begrotingsregels een negatief effect hebben op publieke investeringen, terwijl de herziene Europese regels van 2025 meer ruimte laten voor trendmatig begrotingsbeleid.

Het CPB betoogt verder dat meer investeren in maatschappelijke opgaven niet automatisch betekent dat extra lenen verstandig is. Toekomstige opbrengsten zijn volgens het denkkader voor de financiering van publieke investeringen, dat deze maand verschijnt, op zichzelf geen voldoende reden om de schuld te verhogen, zeker nu nieuwe en aflopende schulden tegen rentestanden van 3% en meer moeten worden gefinancierd.

Daarmee nemen de risico's voor de overheidsfinanciën toe, ook voor Nederland dat relatief goedkoop kan lenen. De rente-uitgaven stijgen inmiddels sneller dan de uitgaven aan defensie, terwijl soepelere regels het gevaar vergroten dat steeds meer uitgaven als investering worden bestempeld en noodzakelijke politieke keuzes worden uitgesteld.

Zelfs investeringen met maatschappelijk rendement leveren de overheid bovendien niet per se direct financieel voordeel op. Hogere productiviteit kan bijvoorbeeld samengaan met hogere lonen en uitkeringen, terwijl baten zoals een betere leefomgeving of gezondheidswinst zich niet eenvoudig in geld laten uitdrukken.

In ons eerdere artikel over de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer bespraken we hoe de Kamer de departementale begrotingen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Economische Zaken op de agenda zet, als onderdeel van het jaarlijkse begrotingsproces. Daarbij lag de nadruk op de planning van de debatten en het belang dat de rijksbegroting vóór 1 januari door beide Kamers is goedgekeurd, zodat ministeries zonder vertraging met nieuw beleid kunnen starten.

Dit materiaal kan meningen van derden bevatten, geen van de gegevens en informatie op deze webpagina vormt beleggingsadvies volgens onze Disclaimer. Hoewel we ons houden aan strikte Redactionele Integriteit, kan deze post verwijzingen bevatten naar producten van onze partners.