CPB-onderzoek wijst op snellere cao-loongroei pas bij extreme arbeidsmarktkrapte
De Nederlandse cao-loongroei reageert vooral wanneer de arbeidsmarkt als geheel zeer krap wordt, niet op verschillen in personeelstekorten tussen afzonderlijke sectoren. Die uitkomst komt naar voren in een analyse van de loonontwikkeling tussen 2005 en 2025 en wijst erop dat extreme schaarste pas echt doorwerkt in collectieve loonafspraken.
Hoogtepunten
- CPB-onderzoek toont aan dat verschillen in vacatures per werknemer tussen sectoren nauwelijks leiden tot hogere cao-loongroei in schaarste sectoren.
- Krachtige cao-loongroei treedt vooral op bij extreme nationale arbeidsmarktkrapte; een standaarddeviatie stijging levert circa 1 procentpunt extra cao-loongroei.
- Cao-lonen blijken minder gevoelig voor sectorspecifieke tekorten: 72,5% van de werknemers valt in 2024 onder cao, incidentele loonsverhogingen blijven buiten beschouwing.
Onderzoek naar loonvorming tussen 2005 en 2025
Zoals Centraal Planbureau meldt, leiden verschillen in het aantal vacatures per werknemer tussen sectoren nauwelijks tot aantoonbare verschillen in cao-loongroei. Volgens het onderzoek stijgen cao-lonen in sectoren met relatief grote tekorten niet duidelijk harder dan in sectoren waar de personeelskrapte minder groot is.Wel speelt de landelijke arbeidsmarktkrapte een belangrijke rol in de loonontwikkeling. Vooral in perioden van extreme krapte reageren cao-lonen sterker; een toename van de nationale arbeidsmarktkrapte met één standaarddeviatie hangt in zulke fasen samen met ongeveer 1 procentpunt extra cao-loongroei.
Het CPB ziet dat effect onder meer terug in het herstel na de coronapandemie, toen de vraag naar werknemers sterk opliep. In die periode ging de bredere krapte op de arbeidsmarkt samen met hogere groei van cao-lonen.
Gevolgen voor sectoren en bredere loondruk
De uitkomsten suggereren dat collectieve loonafspraken minder gevoelig zijn voor sectorspecifieke tekorten dan vaak wordt aangenomen. Voor werkgevers betekent dat dat hogere cao-lonen vooral versnellen wanneer de spanning op de totale arbeidsmarkt verder oploopt, en niet automatisch wanneer een eigen sector moeilijk personeel vindt.Het onderzoek richt zich uitsluitend op cao-lonen, terwijl de totale loongroei ook bestaat uit incidentele loonstijgingen die individueel tussen werknemer en werkgever worden afgesproken, bijvoorbeeld bij promoties. In 2024 valt 72,5% van de werknemers onder een collectieve arbeidsovereenkomst.
Eerder CPB-onderzoek laat zien dat arbeidsmarktkrapte wel samenhangt met de totale loongroei. Daardoor blijft de mogelijkheid open dat verschillen in personeelstekorten tussen sectoren vooral zichtbaar worden in incidentele loonontwikkeling, een vraag die voor de huidige krappe arbeidsmarkt nog nader onderzocht moet worden.
In onze eerdere berichtgeving over de uitrol van regionale Werkcentra stond centraal hoe het kabinet de arbeidsmarktkrapte wil aanpakken door werkzoekenden, werknemers en werkgevers via één loket sneller met elkaar te verbinden. In elke arbeidsmarktregio komt een Werkcentrum waar onder meer UWV, gemeenten, werkgevers, vakbonden en onderwijsinstellingen onder één dak samenwerken om versnipperde dienstverlening te verminderen en de matching en scholing in krappe sectoren te versnellen.
Laatste Income nieuws
- Forex
- Crypto