DNB verduidelijkt procedure voor zienswijzen op overbruggingsplannen van pensioenfondsen
Tijdens de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel kunnen pensioendeelnemers onder voorwaarden hun zienswijze indienen over een overbruggingsplan van hun pensioenfonds. Die mogelijkheid loopt tot drie weken nadat het plan bij De Nederlandsche Bank is ingediend en geldt alleen als zowel individueel als voor een deelnemersgroep financieel nadeel aannemelijk wordt gemaakt.
Hoogtepunten
- DNB stelt dat pensioenfondsen jaarlijks uiterlijk 1 juli (2024, 2025) en 1 april (2026) een overbruggingsplan ter instemming moeten indienen.
- Pensioendeelnemers mogen tot drie weken na indiening hun zienswijze op het overbruggingsplan kenbaar maken, mits ze aantoonbaar financieel nadeel ondervinden.
- DNB gebruikt relevante zienswijzen uitsluitend als input voor de beoordeling van het overbruggingsplan en focust daarbij op effecten voor deelnemersgroepen.
Termijnen en voorwaarden voor indiening
Zoals De Nederlandsche Bank meldt, moeten pensioenfondsen die gebruik willen maken van de transitieraamregels voor het verhogen en verlagen van pensioen jaarlijks een overbruggingsplan ter instemming indienen tot het moment van invaren. Voor de jaren 2024 en 2025 ligt de uiterste indieningsdatum op 1 juli, terwijl voor 2026 een deadline van 1 april geldt.Pensioendeelnemers kunnen hun zienswijze tot uiterlijk drie weken na indiening van zo'n plan kenbaar maken, schriftelijk of mondeling. DNB adviseert om dit schriftelijk te doen, zodat argumenten en onderbouwing overzichtelijk kunnen worden vastgelegd.
Een zienswijze geldt niet als bezwaar of klacht en kan alleen onder specifieke voorwaarden worden ingediend. Deelnemers moeten onderbouwen dat zij persoonlijk financieel nadeel ondervinden van een DNB-besluit over het overbruggingsplan en dat ook de groep waarvan zij deel uitmaken financieel nadeel lijdt.
Betekenis voor pensioenfondsen en deelnemers
DNB gebruikt ontvangen zienswijzen als input bij de beoordeling van het overbruggingsplan, voor zover die informatie relevant is voor de besluitvorming. Daarbij kijkt de toezichthouder vooral naar de gevolgen voor verschillende deelnemersgroepen en niet primair naar individuele gevallen.Pensioenfondsen moeten deelnemers informeren over het overbruggingsplan, bijvoorbeeld via hun website, een nieuwsbrief of een pensioenkrant. Nadat DNB een besluit heeft genomen, wordt dat aan het betrokken pensioenfonds gestuurd en vermeldt de toezichthouder ook in het kort hoe met de zienswijzen is omgegaan.
Deelnemers die een zienswijze hebben ingediend, ontvangen hierover bericht op het opgegeven e-mailadres of kunnen het besluit teruglezen op de website van DNB. Daarmee krijgt de procedure binnen het nieuwe pensioenkader een formele rol in de communicatie tussen pensioenfonds, deelnemer en toezichthouder.
In onze eerdere berichtgeving over de positieve beleggingsresultaten van pensioenfondsen onder het nieuwe stelsel schreven we dat meerdere fondsen in het tweede kwartaal stevige rendementen boekten, mede door herstel op de aandelenmarkten en enthousiasme rond AI. Daardoor achten deze fondsen pensioenverlagingen op korte termijn onwaarschijnlijk en houden ze rekening met beperkte verhogingen in de komende jaren, al blijven die verwachtingen afhankelijk van latere peilmomenten en marktschommelingen.
Laatste Netherlands nieuws
- Forex
- Crypto