Nederland haalt bijna 449 miljoen euro op uit minimumbelasting voor multinationals
Nederland ziet de eerste substantiële opbrengst van de minimumbelasting voor grote multinationals sinds de invoering over 2024. De heffing brengt tot nu toe 449 miljoen euro op, maar dat bedrag kan nog veranderen doordat de aangiftetermijn is verlengd en bedrijven nog bezwaar kunnen maken.
Hoogtepunten
- Circa 200 multinationals betaalden in Nederland samen 449 miljoen euro aan minimumbelasting over 2024, tegen een verwachte jaaropbrengst van 466 miljoen euro.
- 129 miljoen euro van de opbrengst komt door binnenlandse bijheffing, vooral door regelingen als de innovatiebox (9 procent tarief) en tonnageregeling, ondanks hoge nominale tarieven.
- Opbrengsten kunnen dalen naarmate meer landen de minimumbelasting vanaf 2025 invoeren, terwijl onzekerheid bestaat door uitzonderingen voor Amerikaanse hoofdkantoren en bezwaarprocedures.
Eerste opbrengst blijft dicht bij raming
Zoals NOS meldt op basis van antwoorden van staatssecretaris Eerenberg van Financiën op Kamervragen, hebben ongeveer 200 multinationals in Nederland samen 449 miljoen euro aan minimumbelasting betaald over 2024. Bij de invoering van de maatregel was de verwachting dat de belasting Nederland uiteindelijk jaarlijks ongeveer 466 miljoen euro zal opleveren.De minimumbelasting vloeit voort uit een internationale afspraak van meer dan 140 landen. Als multinationals in een bepaald land minder dan 15 procent belasting over hun winst betalen, mag een ander betrokken land een aanvullende heffing opleggen om alsnog aan dat minimum te komen.
De regeling geldt alleen voor grote ondernemingen met een wereldwijde omzet van ten minste 750 miljoen euro. Bedrijven hadden in principe tot eind augustus 2026 de tijd om aangifte te doen en te betalen, maar door technische problemen bij de Belastingdienst is die termijn verlengd tot het einde van deze maand, waardoor de opbrengst nog kan oplopen.
Tegenover die mogelijke stijging staat dat ondernemingen ook nog bezwaar kunnen indienen. Volgens Eerenberg zijn al enkele bezwaren ingediend, waardoor het uiteindelijke bedrag ook lager kan uitvallen.
Gevolgen voor belastingklimaat en toekomstige opbrengst
Opvallend is dat 129 miljoen euro van de totale opbrengst voortkomt uit situaties waarin bedrijven in Nederland zelf onder de effectieve belastingdruk van 15 procent uitkomen. Dat is mogelijk ondanks de nominale vennootschapsbelasting van 19 procent over de eerste 200.000 euro winst en 25,8 procent daarboven, doordat speciale regelingen zoals de innovatiebox en de tonnageregeling de effectieve last kunnen verlagen.Volgens de staatssecretaris is deze binnenlandse bijheffing slechts van toepassing op een beperkt aantal belastingplichtigen en blijven de bijheffingen doorgaans beperkt in omvang. Voor innovatieve activiteiten geldt bijvoorbeeld een tarief van 9 procent binnen de innovatiebox, terwijl reders onder de tonnageregeling belasting betalen op basis van laadvermogen in plaats van werkelijke winst.
De ontwikkeling van de opbrengsten in de komende jaren blijft onzeker. In 2024 hadden sommige landen de minimumbelasting nog niet ingevoerd, waardoor Nederland relatief vaak aanvullende heffing kon innen, maar het kabinet verwacht dat die opbrengst op termijn lager wordt naarmate meer landen de regels vanaf 2025 of later toepassen.
Daar staat tegenover dat bedrijven hun winsten mogelijk vaker in Nederland gaan boeken, omdat het voordeel van winstverschuiving naar landen met lage belasting kleiner wordt. Ook de uitzondering voor multinationals met een hoofdkantoor in de U.S. zorgt voor onzekerheid, omdat andere landen daardoor vanaf 2026 moeilijker een extra minimumbelasting kunnen opleggen; over 2024 inde Nederland nog 120 miljoen euro bij concerns met een Amerikaans moederbedrijf.
Hoeveel multinationals over 2025 moeten betalen is nog niet duidelijk, omdat zij daarvoor tot eind mei 2027 de tijd hebben. Volgens de laatste schattingen zal de minimumbelasting wereldwijd jaarlijks tussen de 70 en 98 miljard euro opleveren.
Onze eerdere berichtgeving over de strategische fiscale agenda 2026-2030 beschreef hoe de Eerste Kamer met staatssecretaris Eerenberg sprak over hervorming van belastingen en toeslagen, met nadruk op vereenvoudiging en het stroomlijnen van fiscale regelingen. Daarbij kwam ook de uitvoerbaarheid aan bod: of de Belastingdienst operationeel klaar is voor nieuwe regels en verdere digitalisering, en welke investeringen nodig zijn om processen meer realtime en geautomatiseerd te maken.
Laatste Fiscal Data nieuws
- Forex
- Crypto