Unilever brengt voedingsdivisie onder bij McCormick, Nederland houdt internationaal hoofdkantoor
Unilever meldt in een persbericht dat het zijn voedingsdivisie onderbrengt bij de Amerikaanse specerijenproducent McCormick, waarmee merken als Calvé, Cup A Soup en Hellmann's in een nieuw concern terechtkomen. Het hoofdkwartier van McCormick blijft in Maryland, maar er komt ook een internationaal hoofdkantoor in Nederland. Daarnaast krijgt McCormick een Europese beursnotering, terwijl nog niet bekend is of die in Amsterdam komt.
Hoogtepunten
- Unilever ontvangt $15,7 miljard en een belang van 9,9 procent in het gecombineerde bedrijf na overdracht voedingsdivisie aan McCormick, die €600 miljoen aan jaarlijkse kostenbesparingen verwacht.
- McCormick blijft beursgenoteerd in de VS en krijgt een Europese notering, waarbij Nederland mogelijk een rol behoudt via een nieuw internationaal hoofdkantoor en innovatief centrum in Wageningen.
- De deal is onderdeel van Unilevers strategie om minder afhankelijk te worden van seizoensinvloeden en kostenvolatiliteit, aansluitend bij eerdere afsplitsingen zoals de ijsdivisie.
Transactiestructuur, opbrengst en beursplan
Bij de start van de nieuwe levensmiddelengigant ontvangt Unilever 15,7 miljard dollar en krijgt het zelf een belang van 9,9 procent in het gecombineerde bedrijf. Aandeelhouders en Unilever samen houden een belang van 65 procent in McCormick. Het nieuwe bedrijf verwacht door de toevoeging van de Unilever-activiteiten jaarlijks 600 miljoen dollar aan kosten te besparen.
McCormick blijft genoteerd aan de Amerikaanse beurs en krijgt daarnaast ook een beursnotering in Europa. Unilever kiest eerder bij de afsplitsing van de ijsdivisie, The Magnum Ice Cream Company, voor een notering in Amsterdam. Of voor McCormick opnieuw voor de Amsterdamse beurs wordt gekozen, is nog niet bekend.
Met de Nederlandse vestiging van een internationaal hoofdkantoor komt Unilever tegemoet aan een eerdere toezegging aan het kabinet. Die belofte werd gedaan bij de verhuizing van het concern naar Londen, waarbij was afgesproken dat Nederland bij een verkoop van de voedseldivisie een rol zou behouden. Daarmee blijft een deel van de bestuurlijke aansturing van de activiteiten in Nederland.
Nederlandse positie na verkoop van historische merken
Na de afsplitsing van de voedingsdivisie blijft er volgens het artikel nog maar beperkt Nederlands erfgoed over binnen Unilever. Het concern ontstaat in 1930 uit een fusie van de Nederlandse Margarine Unie en de Britse zeepmaker Lever Brothers. Die combinatie moest schaalvoordeel opleveren bij de inkoop van oliën en het draaien van fabrieken.
De historische wortels van Unilever liggen onder meer bij Anton Jurgens, Samuel van den Bergh, Calvé en later ook Unox. Van die zogenoemde oerproducten zijn binnen Unilever uiteindelijk vooral de pindakaas, mayonaise en sauzen van Calvé overgebleven. Eerder worden al de margarinedivisie verkocht aan KKR en Unox aan Zwanenberg Food.
In Nederland blijft wel het voedselinnovatiecentrum van Unilever in Wageningen actief. Samen met het internationale hoofdkantoor en een mogelijke Europese beursnotering houdt Nederland daarmee nog een rol in de voedingsactiviteiten. Volgens minister Herbert van Economische Zaken heeft het kabinet al overleg gevoerd met Unilever en volgt ook een gesprek met McCormick, onder meer over een mogelijke notering in Amsterdam.
Strategische herschikking moet winst en stabiliteit ondersteunen
Unilever zet al langer in op het afstoten van voedselactiviteiten. Nadat het concern in 2017 een vijandig overnamebod van Kraft Heinz afslaat, dringen aandeelhouders aan op meer kostenbesparingen en hogere winst. Sinds activistische aandeelhouder Nelson Peltz een zetel heeft in de raad van commissarissen, versnelt die herstructurering verder.
Met de verkoop van voedingsmerken probeert Unilever minder gevoelig te worden voor seizoensinvloeden en schommelende kosten van productie en ingrediënten. Die strategie sluit aan bij de eerdere afsplitsing van de ijsdivisie, waarbij Unilever een groot belang behoudt om te kunnen blijven profiteren van winstuitkeringen. De deal met McCormick past daarmee in een bredere herschikking van de portefeuille richting activiteiten met voorspelbaardere rendementen.
Voor de Nederlandse markt is het effect gemengd. Bekende merken verdwijnen verder uit directe Unilever-handen, maar Nederland behoudt volgens de huidige opzet wel functies op het gebied van bestuur, innovatie en mogelijk kapitaalmarkttoegang. Daarmee blijft het land zichtbaar in een onderneming die operationeel steeds internationaler wordt ingericht.
We berichtten eerder dat Unilever zijn voedingsdivisie onderbrengt bij de Amerikaanse specerijenproducent McCormick, waardoor merken als Calvé, Cup-a-Soup en Hellmann’s van eigenaar veranderen. In dat bericht stonden ook de hoofdlijnen van de deal centraal: een opbrengst van 15,7 miljard dollar, een belang van 9,9% voor Unilever, verwachte kostenbesparingen van 600 miljoen dollar per jaar en plannen voor een internationaal hoofdkantoor in Nederland met een mogelijke Europese beursnotering.
Laatste Unilever nieuws
- Forex
- Crypto