Nederlands onderzoek legt toezichtsfalen bij chemieleveringen aan Irak bloot
Nieuw archiefonderzoek zet de Nederlandse rol bij leveringen van grondstoffen voor Iraakse chemische wapens in de jaren tachtig opnieuw in de schijnwerpers. De bevindingen wijzen er ook op dat de regering de Tweede Kamer in de periode 2005-2008 onjuist en onvolledig informeerde over wat de staat wist en welke bedrijven in beeld waren.
Hoogtepunten
- Nederlandse ministeries en inlichtingendiensten wisten sinds 1984 van chemieleveringen door KBS Holland en Melchemie aan Irak ondanks internationale exportbeperkingen.
- Staatssecretaris Frits Bolkestein beperkte de Nederlandse exportlijst van verboden chemicaliën tegen het advies van Buitenlandse Zaken en TNO tot elf stoffen om bedrijfsbelangen te beschermen.
- Nederlandse bedrijven exporteerden tot 1987 tientallen tonnen essentiële chemicaliën zoals dimethylamine, thionylchloride en calciumhypochloriet naar Irak, die vervolgens werden ingezet bij gifgasaanvallen zoals Halabja.
Archiefvondsten over exportbeleid en overheidskennis
Zoals gemeld door NOS, citerend Follow the Money, concluderen journalisten Teun Dominicus en Harm Ede Botje op basis van archieven van ministeries en inlichtingendiensten dat de overheid meer wist over Iraakse gifgasplannen en de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven dan eerder naar buiten kwam. Volgens het onderzoek liet Nederland leveringen doorgaan, terwijl al bekend was dat Irak chemische wapens inzette in de oorlog tegen Iran en westerse landen exportbeperkingen opstelden.Na de vaststelling door de VN-Veiligheidsraad in 1984 dat Irak chemische wapens gebruikte, maakten Europese landen op initiatief van de U.S. lijsten met stoffen die niet aan Irak geleverd mochten worden. Binnen Nederland liepen Economische Zaken en Buitenlandse Zaken uiteen over de omvang van die lijst; Buitenlandse Zaken wilde twintig chemicaliën opnemen, maar staatssecretaris Frits Bolkestein bracht dat terug tot elf uit vrees voor schade aan het Nederlandse bedrijfsleven.
Uit het onderzoek blijkt dat de Inlichtingendienst van de Landmacht kort daarna meldde dat KBS Holland en Melchemie chemicaliën aan Irak leverden voor chemische wapens. Een van die stoffen was dimethylamine, nodig voor de productie van zenuwgassen; TNO had voor die stof gewaarschuwd, maar zij kwam niet op de beperkingslijst terecht. Hoewel de U.S. vervolgens NAVO-landen opriep de uitvoer van die stof te stoppen, gingen vanuit KBS Holland in Terneuzen volgens het onderzoek tot mei 1985 nog maandelijks 10 tot 20 ton naar Irak, totdat het bedrijf daar vrijwillig mee stopte na een waarschuwing.
Politieke gevolgen en bredere betekenis voor toezicht
Het dossier kreeg in 2004 opnieuw aandacht door de zaak tegen Frans van Anraat, die in de jaren tachtig verboden chemicaliën voor de productie van gifgas aan Irak leverde. Daarna stelde SP-Kamerlid Kris van Velzen tussen 2005 en 2008 tientallen Kamervragen, maar de antwoorden van de toenmalige ministers Donner en Bot waren volgens het onderzoek verhullend en misleidend.Zo schreef Donner dat KBS Holland nooit onderwerp van strafrechtelijk onderzoek was geweest, terwijl volgens de onderzoekers onvermeld bleef dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst het bedrijf wel volgde en dat er verschillende onderzoeken naar waren gedaan. Ook over leveringen van thionylchloride door Melchemie, een stof die essentieel is voor de productie van mosterdgas, zouden de ministers ontwijkend hebben geantwoord terwijl interne stukken volgens Follow the Money laten zien dat het bedrijf bewust doorging met leveren totdat de stof in 1987 op de verboden lijst kwam.
De historische lading van het dossier wordt vergroot door de aanval op Halabja in 1988, waarbij Irak mosterdgas en zenuwgassen inzette tegen de eigen bevolking en 5.000 doden vielen. TNO achtte de kans groot dat voor die productie calciumhypochloriet is gebruikt, een stof waarvan Nederlandse bedrijven in de maanden daarvoor enkele tientallen tonnen naar Irak stuurden; hoewel die ook een civiele toepassing heeft, was zij volgens het onderzoek essentieel voor de vervaardiging van gifgassen.
De betrokken ministeries gaan volgens de tekst nauwelijks in op vragen over de kwestie. Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans zegt dat het van belang is dat er alsnog een parlementaire enquête komt, wat de politieke en institutionele druk op het exporttoezicht en de informatievoorziening aan de Kamer kan vergroten.
In ons eerdere artikel over de Nederlandse handelsmissie naar China beschreven we hoe de economische relatie onder druk staat door chipdossiers rond Nexperia en de positie van ASML tussen China en de VS. We belichtten ook hoe aanscherpende exportbeperkingen en oplopende EU-China spanningen de speelruimte van Nederland kunnen beïnvloeden, met mogelijke economische gevolgen voor bedrijven en handel.
Laatste Export Controls nieuws
- Forex
- Crypto