De tweet is verwijderd door de auteur.
Maar we hebben alles opgeslagen 🙂.
Op 19 december 2025 bereikte de Raad van de Europese Unie overeenstemming over zijn standpunt met betrekking tot de digitale euro, waarbij de gelijktijdige lancering van online en offline functionaliteit werd ondersteund. Het besluit neemt een belangrijke onzekerheid weg en brengt het CBDC-project (Central Bank Digital Currency) van de EU in een fase van praktische implementatie - van architectuur tot limieten en tijdlijnen.
Dit artikel is vertaald vanuit het origineel. Lees de originele versie van onze correspondent hier.
Tegen de achtergrond van een afnemend aandeel van contant geld in de dagelijkse betalingen en de groeiende rol van particuliere betalingsinfrastructuur, versnelt de EU de werkzaamheden aan de digitale euro als een vorm van publiek geld in de digitale omgeving. Formeel blijft contant geld een universeel betaalmiddel, maar in de praktijk worden steeds meer transacties verwerkt door banken, kaartnetwerken en fintech-platforms, waardoor de controle over betalingen in handen komt van een beperkt aantal private spelers.
Binnen deze logica wordt de digitale euro niet gepositioneerd als vervanging voor bankrekeningen of als alternatief voor cryptocurrencies. Zijn kernfunctie is om contant geld aan te vullen en burgers en bedrijven toegang te bieden tot geld van de centrale bank in digitale vorm, onafhankelijk van de bedrijfsmodellen van specifieke betalingsproviders. Daarom was offline functionaliteit vanaf het begin van de discussie een belangrijk punt: zonder die functionaliteit zou de digitale euro niet kunnen dienen als een полноценний openbaar betaalinstrument.
De steun voor de gelijktijdige lancering van de digitale euro in zowel de online- als de offline-modus werd een compromis tussen twee benaderingen die lange tijd met elkaar hadden geconcurreerd. Enerzijds was er de volledige integratie in het bestaande betalingsecosysteem via banken en betalingsdiensten. Anderzijds de creatie van een digitaal equivalent van contant geld met een hoger niveau van autonomie en privacy.
In de online modus voorziet de digitale euro in een distributiemodel via financiële tussenpersonen die interageren met gebruikers maar zelf geen controle hebben over het geld. Hierdoor kan de nieuwe munt worden geïntegreerd in de bestaande infrastructuur zonder de markt ingrijpend te veranderen. De offline modus is op zijn beurt ontworpen voor directe apparaat-naar-apparaat transacties zonder directe toegang tot het centrale systeem, waardoor gegevensuitwisseling tot een minimum wordt beperkt en het niveau van privacy dichter bij dat van contant geld komt.
Voor de Europese Centrale Bank (ECB) bemoeilijkt een dergelijk model enerzijds de technische implementatie en vereist het duidelijk gedefinieerde beperkingen - in het bijzonder beperkingen op offline opslag en uitgaven. Aan de andere kant is deze architectuur precies datgene wat voorkomt dat de digitale euro het zoveelste elektronische betaalinstrument wordt en het in staat stelt om te functioneren als een universeel verrekeningsmiddel onder verschillende economische en technische omstandigheden.
Praktisch gezien neemt het besluit over een gelijktijdige lancering de grootste onzekerheid rond het project weg: de EU kiest niet langer tussen gemak en autonomie, maar probeert beide eigenschappen in te bedden in het kernmodel van de digitale euro.
In 2023 heeft de ECB haar onderzoeksfase afgerond en in oktober 2025 heeft ze de voorbereidende fase afgerond en is ze overgegaan naar de fase van technische gereedheid. Dit heeft geen betrekking op de uitgifte van de digitale euro zelf, maar op het scheppen van voorwaarden waaronder een lancering zonder systeemrisico's mogelijk is. In deze fase richt het werk zich op de grootboekarchitectuur, offline betalingsmechanismen, houdbaarheidslimieten en de rol van financiële tussenpersonen.
Tegelijkertijd concentreren regelgevers zich op risico's: potentiële uitstroom van deposito's bij banken, gevolgen voor de financiële stabiliteit en de grenzen van privacy. Het is in deze context dat de Raad van de EU de invoering van limieten op de hoeveelheid digitale euro's in online portemonnees heeft gesteund. Specifieke parameters zullen worden vastgesteld door de ECB, maar de algemene bovengrens zal minstens om de twee jaar op politiek niveau worden herzien. Dit is bedoeld om te voorkomen dat de digitale euro als spaarinstrument wordt gebruikt.
Verdere voortgang van het project hangt af van het wetgevingsproces. De Europese Commissie heeft al een voorstel voor een verordening ingediend, maar de uiteindelijke beslissing moet worden genomen door het Europees Parlement en de Raad van de EU. Volgens de huidige schattingen kan de goedkeuring in 2026 worden afgerond.
Als het besluit positief is, kunnen er vanaf medio 2027 piloottests en eerste transacties plaatsvinden, terwijl een mogelijke lancering van de digitale euro voor wijdverspreid gebruik wordt overwogen voor de periode tot 2029. Financieel heeft het project al duidelijke ijkpunten: de ECB schat de ontwikkelingskosten tot aan de eerste uitgifte op ongeveer €1,3 miljard, met daaropvolgende operationele kosten van ongeveer €320 miljoen per jaar, terwijl de aanpassing van de banksystemen €4-5,8 miljard zou kunnen kosten.
In een bredere context maakt de digitale euro deel uit van het Pakket eenheidsmunt - een reeks maatregelen om de rol van de euro als zowel binnenlandse als mondiale valuta te versterken. De steun voor een gelijktijdige online- en offline-lancering duidt op een strategische benadering van het ontwerp, maar de tijdschema's blijven voorzichtig. De digitale euro is niet langer een hypothese, maar op korte termijn nog geen instrument voor alledaagse betaalscenario's geworden.
Voor gebruikers wordt de digitale euro - als hij wordt gelanceerd - een andere manier om betalingen in euro's te doen naast contant geld en bankoverschrijvingen. In tegenstelling tot stablecoins die door particuliere bedrijven worden uitgegeven en gedekt worden door reserves en eigen circulatieregels, zal de digitale euro een vorm van centrale-bankgeld zijn en opereren binnen een uniform EU-regelgevingskader.
Een ander belangrijk verschil is de geplande mogelijkheid om het zowel online als offline te gebruiken, waardoor de afhankelijkheid van een stabiele internetverbinding en van de werking van specifieke betalingsdiensten wordt verminderd.
Los daarvan nemen de EU en de ECB parameters op die bedoeld zijn om de financiële stabiliteit te beschermen en gebruiksregels vast te leggen: limieten voor het bezit van digitale euro's in online portemonnees, strengere privacyvereisten voor offline betalingen en gestandaardiseerde voorwaarden voor toegang via financiële tussenpersonen. Uiteindelijk gaat het niet om het vervangen van bestaande instrumenten, maar om het introduceren van een extra, op EU-niveau gereguleerde betalingsoptie met duidelijk gedefinieerde gebruiksregels en consumentenbescherming.