Uit de voorjaarsnota blijkt dat het kabinet de invoering van het zogeheten bedrag ineens opnieuw uitstelt, dit keer tot 2029. De regeling moet gepensioneerden toestaan om bij pensionering maximaal 10 procent van hun opgebouwde pensioenvermogen in één keer op te nemen. Daarmee schuift een maatregel op die al langer politiek en uitvoerend ter discussie staat, onder meer door vragen over belastingeffecten en de uitvoerbaarheid voor fondsen.
Hoogtepunten
- Het kabinet stelt de invoering van de regeling voor éénmalige pensioenopname uit tot 2029 vanwege onduidelijkheid over fiscale gevolgen en uitvoerbaarheid.
- De Pensioenfederatie waarschuwt dat de extra uitvoeringslasten rondom de eenmalige opname complicerend zijn nu fondsen midden in de pensioenstelselherziening zitten.
- Toekomstige gepensioneerden moeten tot minstens 2029 wachten op de optie om in één keer tot tien procent van hun pensioenvermogen op te nemen.
Regeling blijft hangen op fiscaliteit en uitvoering
Het wetsvoorstel ligt al ruim een jaar bij de Eerste Kamer. Eerder was de ingangsdatum al verschoven naar juli 2026, omdat de minister meer duidelijkheid wil over de fiscale gevolgen van de regeling. Door een eenmalige hogere uitkering kunnen gepensioneerden namelijk in een hoger inkomensbeeld terechtkomen, met mogelijke gevolgen voor toeslagen en andere regelingen.
Nibud waarschuwt dat huishoudens zich hierdoor niet te rijk moeten rekenen. Een grotere opname aan het begin van het pensioen kan ertoe leiden dat het recht op zorgtoeslag of huurtoeslag geheel of gedeeltelijk vervalt. Tegelijk valt de maandelijkse pensioenuitkering daarna lager uit, omdat een deel van het opgebouwde vermogen al direct wordt opgenomen.
De regeling is bedoeld om gepensioneerden meer bestedingsvrijheid te geven aan het begin van hun pensioen. In het voorbeeld uit het voorstel kan iemand met 250.000 euro opgebouwd pensioen in één keer 25.000 euro opnemen. Dat geld kan dan worden gebruikt voor grote uitgaven, zoals een camper, een bootje of een studie van een kleinkind.
Extra druk voor fondsen tijdens pensioenstelselherziening
Pensioenfondsen dringen er ook op aan om de invoering uit te stellen. De Pensioenfederatie, de koepel van pensioenfondsen, vreest dat het bedrag ineens een extra uitvoeringslast wordt op een moment dat fondsen al midden in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel zitten. Vooral de administratieve verwerking van zo'n keuzeoptie geldt daarbij als een complicerende factor.
In die pensioentransitie wordt de collectieve pensioenpot omgezet in kleinere, individuele pensioenvermogens. Daardoor verandert ook de manier waarop uitkeringen worden berekend en gecommuniceerd aan deelnemers. De maandelijkse pensioenuitkering gaat in het nieuwe stelsel bovendien sterker meebewegen met de economische ontwikkeling, wat de uitvoering voor fondsen nog complexer maakt.
Voor de pensioensector betekent het nieuwe uitstel dat er voorlopig meer tijd blijft om systemen en communicatie aan te passen. Voor toekomstige gepensioneerden betekent het tegelijk dat een veelbesproken keuzeoptie nog meerdere jaren buiten bereik blijft. Daarmee blijft de spanning bestaan tussen beleidsvrijheid voor deelnemers en de praktische uitvoerbaarheid binnen het Nederlandse pensioenstelsel.
We berichtten eerder dat het vertrouwen onder Nederlandse particuliere beleggers fors daalde door geopolitieke spanningen en aanhoudende onduidelijkheid over de vermogensbelasting in box 3. Daarbij stelde een deel van de beleggers beslissingen uit of koos bewust voor minder risico, zolang er geen helderheid is over de fiscale regels.
Laatste Retirement Policies nieuws
- Forex
- Crypto