Nederlandse huishoudens houden bestedingen op peil ondanks scherpe daling consumentenvertrouwen

Nederlandse huishoudens houden bestedingen op peil ondanks scherpe daling consumentenvertrouwen
Uitgaven ondanks somberheid

Nederlandse consumenten worden in april somberder over hun financiën en over het moment voor grote aankopen. Toch wijzen recente uitgavencijfers erop dat huishoudens hun dagelijkse en discretionaire bestedingen vooralsnog niet terugschroeven.

Hoogtepunten

  • Nederlandse consumentenvertrouwen daalt in april scherp naar -44, terwijl de koopbereidheid terugvalt van -15 naar -26 volgens CBS.
  • Ondanks hogere brandstofprijzen en dalend vertrouwen, geven huishoudens in maart meer uit aan kleding en restaurantbezoek volgens ING-data.
  • De spaarquote steeg van 15 procent in 2023 naar circa 17,5 procent, terwijl lonen sinds 2023 flink zijn gestegen en werkloosheid stabiel blijft.

Scherpe vertrouwensdaling en uitgavenbeeld

Zoals gemeld door het CBS, daalt het consumentenvertrouwen in april naar -44, van -30 in maart, een uitzonderlijk grote terugval volgens het statistiekbureau. Het vertrouwen is al sinds 2019 negatief en weerspiegelt hoe pessimistisch of optimistisch consumenten zijn over hun eigen financiële situatie en de Nederlandse economie.

Een stand van 0 betekent dat evenveel mensen positief als negatief zijn. Het CBS ziet deze maand ook de koopbereidheid verder afnemen, van -15 naar -26, wat erop wijst dat consumenten grote aankopen steeds minder gunstig vinden.

Data van ING laten echter zien dat die verslechterde stemming niet direct leidt tot lagere uitgaven. In maart stegen de brandstofprijzen flink, maar huishoudens gingen niet minder tanken en gaven in dezelfde maand zelfs meer uit aan kleding en restaurantbezoek.

Volgens hoofdeconoom Bert Colijn van ING suggereert dat consumenten uitgaven niet volledig uitstellen, ook niet als bepaalde vaste lasten oplopen. Hij wijst er ook op dat het uitzonderlijk zachte en zonnige weer in maart, zoals het KNMI meldt, shoppen en uit eten gaan kan hebben gestimuleerd.

Buffers nemen toe, economie blijft vooralsnog stabiel

Sinds 2023 sparen huishoudens wel meer, blijkt uit de spaarquote, het deel van het inkomen dat opzij wordt gezet. Die lag in 2023 rond 15 procent en staat nu rond 17,5 procent, wat erop duidt dat veel gezinnen een extra buffer willen aanhouden in een periode van geopolitieke en economische onzekerheid.

Tegelijk zijn de lonen na 2023 voor veel werknemers flink gestegen, waardoor er per saldo meer te besteden is. Colijn stelt dat de totale inkomensruimte groter is geworden, zodat huishoudens relatief een kleiner deel van hun inkomen kunnen uitgeven en in absolute zin toch meer kunnen besteden.

Hoogleraar Robert Dur van de Erasmus School of Economics zegt dat consumentenvertrouwen vooral in turbulente tijden een nuttig signaal is, maar geen volledig beeld geeft van de economie. Volgens hem dragen berichten over hogere brandstofprijzen en mogelijk duurdere boodschappen bij aan de sombere stemming, ook wanneer veel huishoudens hun eigen situatie nog aankunnen.

Van een acute economische verslechtering is volgens Dur nog geen sprake. Hij ziet pas meer reden tot zorg als ook de werkloosheid begint op te lopen, en dat gebeurt nu nog niet.

In ons eerdere artikel over de forse terugval van het Nederlandse consumentenvertrouwen in april beschreven we hoe het CBS een daling van -30 naar -44 rapporteerde, mede gevoed door zorgen over stijgende prijzen en financiële onzekerheid. Daarbij kwam ook naar voren dat consumenten grote aankopen minder aantrekkelijk vinden, terwijl een scherpe vertrouwensdaling vaak wordt gezien als signaal voor mogelijke economische vertraging. Tegelijk merkten we op dat het sentiment historisch gezien ook relatief snel kan herstellen na een schok.

Dit materiaal kan meningen van derden bevatten, geen van de gegevens en informatie op deze webpagina vormt beleggingsadvies volgens onze Disclaimer. Hoewel we ons houden aan strikte Redactionele Integriteit, kan deze post verwijzingen bevatten naar producten van onze partners.