Private credit-markt onder druk door uitstroom van beleggers

Private credit-markt onder druk door uitstroom van beleggers
Risico voor private credit

Toezichthouders zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten waarschuwen volgens het artikel al langer voor risico's in private credit, nu meer beleggers hun geld uit deze fondsen willen terughalen. Die uitstroom botst met de opzet van het product, omdat fondsen doorgaans zijn ingericht op langlopende leningen en beperkte terugbetalingen per kwartaal. De onrust speelt vooral in de U.S., maar kan volgens in het artikel aangehaalde deskundigen ook de financiering van kleinere Nederlandse bedrijven raken.

Hoogtepunten

  • Uitstroom uit private credit-fondsen versnelt door zorgen over AI-impact op softwarebedrijven, stijgende olieprijzen en inflatie, wat beleggerssentiment onder druk zet.
  • Private credit-fondsen limiteren kwartaaluitkeringen tot 5 procent van het fondsvermogen, waardoor liquiditeitsmismatch en wachtrijen bij uittredende beleggers ontstaan.
  • Verminderde beschikbaarheid van private credit belemmert financiering voor MKB in Nederland, wat innovatie, banen en investeringen structureel kan remmen.

Opzet van private credit en oorzaak van de uitstroom

Private credit bestaat uit leningen aan bedrijven buiten banken om, gefinancierd door onder meer vermogende particulieren, verzekeraars en pensioenfondsen, soms direct en soms via een fonds. De markt groeit sinds banken na de financiële crisis van 2008 strengere zekerheden eisen van ondernemingen die willen lenen. Daardoor biedt private credit vooral voor kleinere bedrijven een alternatief wanneer zij niet genoeg onderpand kunnen leveren. Volgens Albert Menkveld, hoogleraar Finance aan de Vrije Universiteit Amsterdam, geeft dit bedrijven meer ruimte om maatwerkafspraken te maken met geldverstrekkers.

De recente onrust ontstaat doordat beleggers twijfelen aan de waarde en toekomstbestendigheid van bedrijven waarin fondsen investeren. In het artikel zeggen marktkenners dat vooral zorgen over de impact van kunstmatige intelligentie op softwarebedrijven bijdragen aan terugtrekkende bewegingen. Daar komen stijgende olieprijzen en inflatie bij, die het algemene sentiment onder investeerders verslechteren. Omdat private credit bedoeld is als langetermijnbelegging, leidt die onzekerheid sneller tot spanning wanneer veel deelnemers tegelijk willen uitstappen.

Beperkte opnamemogelijkheden vergroten liquiditeitsrisico

Veel private credit-fondsen staan beleggers toe om per kwartaal slechts een beperkt deel van de fondswaarde te verkopen, in het artikel genoemd als 5 procent. Als de verzoeken daarboven uitkomen, kunnen fondsen de uitbetalingen tijdelijk beperken of stilzetten, een mechanisme dat bekendstaat als gating. Daardoor ontstaat een wachtrij van beleggers die pas in een volgende periode hun geld kunnen opnemen. Volgens de aangehaalde bronnen is dat bedoeld om paniekverkopen te voorkomen en achterblijvende beleggers te beschermen.

Die structuur legt tegelijk een fundamentele mismatch bloot tussen de illiquide leningen in de fondsen en de verwachting van sommige beleggers dat kapitaal relatief snel opvraagbaar is. De AFM waarschuwt in het artikel dat vooral retailbeleggers daardoor in producten kunnen stappen die niet passen bij hun risicoprofiel. Ook ligt het kredietrisico hoger, omdat bedrijven die via private credit lenen vaak kleiner zijn en dus kwetsbaarder kunnen zijn bij economische tegenwind. Beleggers ontvangen daarvoor een hogere rente, maar die extra vergoeding neemt het liquiditeitsrisico niet weg.

Gevolgen voor Nederlandse mkb-financiering en werkgelegenheid

Als meer investeerders uitstappen, komt er minder geld beschikbaar voor ondernemingen die afhankelijk zijn van private credit. Grote bedrijven kunnen doorgaans nog bij banken terecht, maar voor jonge of kleine bedrijven zonder bewezen winstgevendheid is dat vaak moeilijker. Juist deze groep kan volgens Menkveld in de knel komen wanneer fondsen terughoudender worden met nieuwe leningen. Dat kan op termijn drukken op bedrijvigheid en investeringen in Nederland.

De bredere economische impact raakt volgens het artikel vooral segmenten waar veel werkgelegenheid zit. Kleinere en jonge ondernemingen zijn vaak belangrijk voor innovatie en regionale banen, maar beschikken over minder alternatieve financieringsbronnen. Als private credit minder toegankelijk wordt, kan dat hun groei vertragen of uitbreidingsplannen uitstellen. Daarmee verschuift de onrust op financiële markten van een beleggingskwestie naar een risico voor de reële economie.

We berichtten eerder over de oplopende inflatie in Nederland, die in maart volgens een eerste CBS-berekening uitkwam op 2,7 procent na een periode van afkoeling. Daarbij werd de stijging vooral gekoppeld aan duurdere brandstoffen door oplopende olieprijzen, met bredere doorwerking naar prijzen en kosten voor huishoudens en bedrijven.

Dit materiaal kan meningen van derden bevatten, geen van de gegevens en informatie op deze webpagina vormt beleggingsadvies volgens onze Disclaimer. Hoewel we ons houden aan strikte Redactionele Integriteit, kan deze post verwijzingen bevatten naar producten van onze partners.