U.S.-importheffingen houden kosten voor bedrijven en consumenten hoog
Volgens het artikel van NOS, een jaar na de aankondiging van president Trump, liggen de gemiddelde importheffingen in de U.S. duidelijk hoger dan bij zijn aantreden in januari 2025, ondanks rechtszaken, tijdelijke aanpassingen en een ingreep van het hooggerechtshof. De huidige minimumheffingen van 10 procent gelden wereldwijd op tijdelijke basis via een andere wettelijke grondslag en moeten na 150 dagen door het Congres worden beoordeeld. Daarmee blijft de handelspolitiek een structurele kostenfactor voor bedrijven, afnemers en exporteurs.
Hoogtepunten
- Vanaf april 2025 voert de VS wereldwijd tijdelijke minimumimportheffingen van 10 procent in, met extra onzekerheid door afhankelijkheid van Congresgoedkeuring na 150 dagen.
- Volgens de Amerikaanse centrale bank dragen bedrijven en consumenten in de U.S. eind 2025 ongeveer 86 procent van de extra importheffingslast, waardoor consumenten vaker hogere prijzen betalen.
- Evofenedex meldt dat 23 procent van Nederlandse exporteurs naar de U.S. in 2025 exportdaling zag, terwijl lichte banenkrimp van circa 89.000 in de Amerikaanse maakindustrie werd geregistreerd.
Hogere tarieven en juridische onzekerheid
Bij het begin van Trumps ambtstermijn in januari 2025 lag de gemiddelde Amerikaanse importheffing onder de 3 procent. In de maanden daarna lopen de tarieven op, eerst onder meer voor staal en vervolgens via brede verhogingen in april. Het hooggerechtshof verbiedt in februari de zogenoemde Liberation Day-heffingen, omdat de gebruikte noodwet volgens de rechters niet van toepassing is.Daarna voert Trump direct nieuwe minimumheffingen van 10 procent wereldwijd in, ditmaal op basis van een andere wet. Die maatregel is tijdelijk en vereist na 150 dagen een stemming in het Congres over verlenging. Voor bedrijven betekent dat dat naast hogere invoerkosten ook onzekerheid over de beleidsduur een belangrijke factor blijft.Druk verschuift naar U.S.-consumenten en exporteurs
Berekeningen van de Amerikaanse centrale bank laten volgens het artikel zien dat eind 2025 slechts 14 procent van de heffingen wordt opgevangen door buitenlandse exporteurs, via lagere prijzen en dus lagere marges. Het grootste deel, 86 procent, komt terecht bij bedrijven en consumenten in de U.S. Daarmee verschuift de financiële last in toenemende mate naar de binnenlandse markt.Een Amerikaanse denktank stelt dat vooral consumenten nu de dupe zijn. In de beginfase nemen importerende bedrijven relatief meer kosten voor hun rekening, omdat zij hogere prijzen niet direct kunnen doorberekenen. Sinds eind 2025 lukt dat beter en betalen huishoudens vaker de rekening via hogere verkoopprijzen.Gemengd effect voor Nederland en beperkte banenwinst
Volgens Evofenedex verschillen de gevolgen voor Nederlandse exporteurs sterk per bedrijf. Een deel trekt zich terug uit de Amerikaanse markt, terwijl andere ondernemingen juist profiteren als concurrenten uit andere landen met nog hogere tarieven te maken krijgen. Uit onderzoek van de brancheorganisatie blijkt dat 23 procent van de Nederlandse exporteurs naar de U.S. vorig jaar een daling van de uitvoer zag, terwijl 46 procent in het eerste jaar van hogere heffingen juist meer exportomzet boekt.Voor de Amerikaanse industrie blijft het banenargument vooralsnog zwak. Tussen april 2025 en februari 2026 daalt het aantal banen in de maakindustrie licht, met ongeveer 89.000. Eerder onderzoek naar Trumps heffingen op staal en aluminium laat ook zien dat winst bij staalproducenten kan worden tenietgedaan door banenverlies bij bedrijven die met hogere materiaalkosten worden geconfronteerd.We berichtten eerder over de oplopende inflatie in Nederland en de bredere doorwerking van hogere energie- en grondstofkosten in de economie. Daarbij gingen we ook in op de stevige stijging van cao-lonen en de vraag in hoeverre nieuwe prijsdruk in komende cao-rondes wordt gecompenseerd.
- Forex
- Crypto