Nederlandse coronacommissie start openbare verhoren over crisisaanpak en pandemische paraatheid

Nederlandse coronacommissie start openbare verhoren over crisisaanpak en pandemische paraatheid
Coronaverhoren van start

Zes en een half jaar na het begin van de pandemie onderzoekt de parlementaire enquêtecommissie Corona in openbare verhoren welke keuzes in de eerste fase van de crisis anders hadden gekund. De eerste dag stond in het teken van de vraag of het handelen van toen moet worden beoordeeld met de kennis van nu, terwijl de commissie tegelijk lessen voor een volgende pandemie wil trekken.

Hoogtepunten

  • Marion Koopmans en Bruno Bruins verklaarden dat bij de coronauitbraak beperkte kennis en focus op informatieverzameling vroege stevige ingrepen bemoeilijkten.
  • Het vorige kabinet verlaagde het budget voor pandemische paraatheid met 300 miljoen euro per jaar; het huidige kabinet verhoogt dit slechts deels naar jaarlijks 177 miljoen euro.
  • De parlementaire commissie voert tot begin 2027 bijna vijftig verhoren uit over crisisaanpak en paraatheid, waarbij komende week Khadija Arib, Jaap van Dissel en Pieter-Jaap Aalbersberg volgen.

Openbare verhoren over crisisaanpak

Zoals NOS meldt, zijn viroloog Marion Koopmans en oud-zorgminister Bruno Bruins als eerste getuigen gehoord over de eerste maanden na de uitbraak van het coronavirus in Nederland.

Koopmans benadrukt dat in de beginfase weinig bekend is bij een nieuwe uitbraak en noemt het niet realistisch om al veel eerder ingrijpende maatregelen te nemen. Met de kennis van nu had eerder ingrijpen in theorie wel tot minder verspreiding en minder doden kunnen leiden, zegt zij, al voegt ze daaraan toe dat niet vaststaat of dit het totale aantal coronaslachtoffers uiteindelijk wezenlijk had veranderd.

Bruins stelt dat beleidsmakers zich moeten verplaatsen in de omstandigheden van dat moment, toen nog werd gezocht naar maatregelen die de pandemie konden afremmen zonder de samenleving onnodig te hinderen. Volgens hem lag de nadruk binnen zijn ministerie in de eerste maanden vooral op het verzamelen en verspreiden van informatie over een virus waar nog weinig over bekend was.

Carnaval geldt achteraf als een belangrijke besmettingshaard, maar volgens Bruins lag het destijds niet op tafel om de festiviteiten te beperken. Toen het feest begon, was in Nederland nog geen besmetting vastgesteld, hoewel in andere Europese landen al wel gevallen bekend waren.

Op vragen van de commissie over die beperkte beleidsinvulling houdt Bruins vol dat informatie verzamelen noodzakelijk was om later te kunnen handelen. Hij trad op 19 maart 2020 af nadat hij overwerkt was geraakt en was daardoor niet betrokken bij latere maatregelen en besluitvorming.

Lessen voor paraatheid en toekomstig beleid

Koopmans blijft na het vertrek van Bruins wel betrokken bij de crisisaanpak als lid van het Outbreak Management Team. Zij zegt dat onder meer de besluitvorming rond coronatoegangsbewijzen ingewikkeld was en benadrukt dat het kabinet uiteindelijk de besluiten nam, ook als adviezen van het OMT vaak werden overgenomen.

De viroloog gebruikt haar verhoor ook om te waarschuwen voor de huidige paraatheid bij toekomstige uitbraken. Volgens haar doet Nederland nog niet genoeg om voorbereid te zijn op een volgende pandemie en wordt bijvoorbeeld de ebola-uitbraak in Congo niet serieus genoeg genomen.

De financiële ruimte voor pandemische paraatheid blijft daarbij een punt van zorg. Het vorige kabinet schrapte 300 miljoen euro per jaar, waarna dit kabinet die bezuiniging deels terugdraaide en nu jaarlijks 177 miljoen euro beschikbaar stelt, een niveau dat Koopmans omschrijft als zuinig.

De commissie spreekt volgende week nog zes getuigen over het begin van de pandemie, onder wie voormalig Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, RIVM-directeur Jaap van Dissel en Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Pieter-Jaap Aalbersberg. In totaal moeten bijna vijftig verhoren in negen weken, samen met aanvullend onderzoek, uitmonden in een eindverslag dat begin 2027 gereed moet zijn.

In ons eerdere artikel over het uitstel van de bezuiniging op de gehandicaptenzorg schreven we dat minister Sterk de geplande korting van €171 miljoen minstens een jaar opschuift na politieke druk in de Tweede Kamer. Het budgettaire gat wordt volgens dat besluit gedicht door de verhoging van tarieven voor andere zorginstellingen uit te stellen tot 2028, wat de bredere zorgsector minder snel extra financiële ruimte geeft.

Dit materiaal kan meningen van derden bevatten, geen van de gegevens en informatie op deze webpagina vormt beleggingsadvies volgens onze Disclaimer. Hoewel we ons houden aan strikte Redactionele Integriteit, kan deze post verwijzingen bevatten naar producten van onze partners.