ACM-monitor laat zien dat kwaliteit stedelijk ov op hoog niveau blijft, met grote verschillen in kosten

ACM-monitor laat zien dat kwaliteit stedelijk ov op hoog niveau blijft, met grote verschillen in kosten
Stedelijk OV blijft top

De gemeentelijke vervoerders in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag laten in de nieuwste prestatievergelijking een vergelijkbaar hoog kwaliteitsniveau zien. Tegelijkertijd maakt vooral de verduurzaming van de bedrijfsvoering vooruitgang, met de sterkste daling van de CO2-uitstoot per reizigerskilometer in Den Haag.

Hoogtepunten

  • HTM in Den Haag realiseert de grootste duurzaamheidswinst met volledig elektrisch busvervoer, waardoor de CO2-uitstoot daalt tot gemiddeld 2,4 gram per kilometer.
  • De klanttevredenheid en punctualiteit zijn bij GVB, RET en HTM vergelijkbaar hoog, hoewel GVB een iets hogere rituitval kent van 2,8% door strengere definitie.
  • Rotterdam heeft met €0,31 per reizigerskilometer de laagste vervoerskosten, gevolgd door Amsterdam (€0,37) en Den Haag (€0,48), mede dankzij metroverbindingen.

Prestatievergelijking en duurzaamheidsstappen

Zoals de Autoriteit Consument & Markt meldt in de Monitor Prestatievergelijking OV 2025, boeken GVB, RET en HTM vooruitgang op duurzaamheid en blijven de prestaties op het gebied van dienstverlening dicht bij elkaar. De vergelijking is bedoeld om de drie stadsvervoerders te prikkelen hun kwaliteit te verbeteren, omdat zij opereren onder onderhands gegunde concessies en daardoor niet met andere vervoerders concurreren.

ACM-bestuurslid Manon Leijten zegt dat het positief is dat de drie stedelijke vervoerders blijven inzetten op verduurzaming en dat ook de blijvend hoge puntualiteit opvalt. In Amsterdam daalt de gemiddelde CO2-uitstoot per reizigerskilometer tot iets meer dan 11 gram, terwijl een reiziger bij RET uitkomt op 11,6 gram per kilometer.

HTM boekt volgens de vergelijking de grootste duurzaamheidswinst. Een reiziger in Den Haag veroorzaakt gemiddeld 2,4 gram CO2-uitstoot per kilometer, mede door de introductie van elektrische stadsbussen; HTM rijdt inmiddels volledig elektrisch, terwijl in Rotterdam en Amsterdam ook nog dieselbussen rijden.

Kostenstructuur en gevolgen voor de sector

De drie vervoerders scoren bij klanttevredenheid op een vergelijkbaar hoog niveau, al doet HTM het iets beter dan de andere twee bedrijven. Ook de punctualiteit blijft hoog, terwijl GVB met 2,8% een iets hogere rituitval bij bussen en trams heeft, wat volgens de ACM deels samenhangt met een striktere definitie van rituitval.

Bij kostenefficiëntie lopen de verschillen verder uiteen. RET en GVB hebben met respectievelijk 38,2% en 35,7% een relatief hoog aandeel indirecte kosten, tegenover 29,7% bij HTM, wat betekent dat in Den Haag een groter deel van de uitgaven direct naar de uitvoering van het vervoer gaat.

Ook in de vervoerskosten per reiziger per kilometer is dat zichtbaar. Rotterdam is met 0,31 euro het goedkoopst, gevolgd door Amsterdam met 0,37 euro, terwijl Den Haag op gemiddeld 0,48 euro uitkomt. Volgens de monitor hangt dat mede samen met de aanwezigheid van metroverbindingen in Rotterdam en Amsterdam, waar de kosten per reizigerskilometer lager liggen.

In onze eerdere berichtgeving over de nieuwe investeringskoers van Defensie lichtten we toe hoe de krijgsmacht de nadruk verlegt van vooral traditionele wapensystemen naar wendbaarheid en technologische vernieuwing. Daarbij staan investeringen in onbemande systemen (zoals drones), digitalisering en extra personeel centraal, met een oplopend budget en extra druk op ruimte en infrastructuur richting 2030.

Dit materiaal kan meningen van derden bevatten, geen van de gegevens en informatie op deze webpagina vormt beleggingsadvies volgens onze Disclaimer. Hoewel we ons houden aan strikte Redactionele Integriteit, kan deze post verwijzingen bevatten naar producten van onze partners.