ACM moet nieuw besluit nemen over tarieven afleversets Ennatuurlijk
De rechtbank Rotterdam zet het toezicht op historische warmtetarieven opnieuw op scherp met een uitspraak over afleversets in Tilburg. De rechter oordeelt op 24 juli 2026 dat de Autoriteit Consument & Markt haar besluit over de redelijkheid van door Ennatuurlijk berekende huurkosten onvoldoende onderbouwt en daarom opnieuw moet beslissen.
Hoogtepunten
- De rechtbank Rotterdam vernietigt het besluit van de ACM over de tarieven van Ennatuurlijk voor afleversets in De Reeshof, wegens ondeugdelijke motivering van montage- en installatiekosten.
- ACM moet nieuw besluit nemen over de tarieven uit 2014-2019, omdat de aanvullende motivering in februari 2026 onvoldoende werd bevonden door de rechtbank.
- De uitspraak kan bredere gevolgen hebben voor toezicht en kostenonderbouwing in de warmtesector, met nadruk op historische tarieven en gebrek aan uitgewerkte rekenregels.
Rechtbank verwerpt motivering over montagekosten
Zoals de Autoriteit Consument & Markt meldt, gaat de zaak over een beroep van Reeshofwarmte tegen het besluit van de toezichthouder over de tarieven die Ennatuurlijk tussen 2014 en 2019 rekent voor het ter beschikking stellen van afleversets aan bewoners van De Reeshof in Tilburg. De ACM wijst een handhavingsverzoek eerder af nadat zij concludeert dat de door Ennatuurlijk gebruikte methode voor het bepalen van die tarieven niet onredelijk is.De rechtbank Rotterdam oordeelt nu dat de ACM niet overtuigend motiveert waarom montagewerkzaamheden bij verschillende typen afleversets als gelijk kunnen worden beschouwd. Ook geeft de toezichthouder volgens de rechtbank geen toereikende verklaring voor het verschil in berekeningsmethode van schouw- en installatiekosten.
Daarmee is het beroep gegrond wegens strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de ACM op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Gevolgen voor warmtesector en toezicht
De zaak kent een langere voorgeschiedenis. Op 12 december 2025 oordeelt de rechtbank Rotterdam al in een tweede tussenuitspraak dat de ACM haar besluit onvoldoende motiveert, waarna de toezichthouder op 13 februari 2026 een gewijzigd besluit neemt met een aanvullende onderbouwing van de montagekosten.In dat wijzigingsbesluit benadrukt de ACM dat de tarieven zijn vastgesteld in de periode 2014-2019, toen een open norm gold en nadere regels over de berekeningsmethode ontbraken. De rechtbank volgt die aanvullende motivering echter niet en vindt dat de ACM op basis van de overgelegde informatie had moeten concluderen dat de gehanteerde kosten niet redelijk zijn.
De uitspraak is relevant voor het toezicht op kostenonderbouwing in de warmtesector, vooral bij historische tarieven die zijn vastgesteld zonder uitgewerkte rekenregels. Tegen de uitspraak is hoger beroep mogelijk.
In ons eerdere artikel over het REMIT-toezicht van de ACM op de groothandelsmarkten voor elektriciteit en gas beschreven we hoe de toezichthouder in de eerste helft van 2026 meer signalen van mogelijk verboden handelsgedrag registreerde en de controle op tijdige publicatie van voorwetenschap hoog houdt. We meldden ook dat de ACM meldingen onderzoekt en waar nodig maatregelen neemt, terwijl het aantal geregistreerde REMIT-marktdeelnemers verder is gegroeid.
Laatste De Nederlandsche Bank nieuws
- Forex
- Crypto