Nederland weegt accijnsverlaging af nu brandstofprijzen oplopen
Volgens het artikel van NOS stijgen de brandstofprijzen in Nederland voor de vierde week op rij door de oorlog in het Midden-Oosten, terwijl meerdere Europese landen hun btw of accijns op brandstof al verlagen. Een liter benzine kost inmiddels 2,57 euro, bijna 30 cent meer dan voor de Israëlische en Amerikaanse aanvallen op Iran. Daarmee komt opnieuw de vraag op tafel of de Nederlandse overheid consumenten via lagere accijnzen moet ontzien.
Hoogtepunten
- De Nederlandse overheid overweegt nieuwe accijnsverlagingen op brandstof, terwijl huidige korting de literprijs circa 11 cent lager houdt dan zonder die maatregel.
- In andere EU-landen zoals Spanje en Italië dalen brandstofprijzen met 25 tot 40 cent per liter door verlaging van btw en accijns, waardoor druk op het Nederlandse beleid toeneemt.
- Eerdere accijnsverlagingen kostten Nederland circa 1,5 miljard euro per jaar, met kritiek op het beperkte effect voor lage inkomens en risico op structureel hogere fossiele vraag.
Europese belastingingrepen zetten druk op Nederlands debat
De pompprijs wordt in Nederland voor een belangrijk deel bepaald door accijns, de heffing op benzine, diesel en lpg. De overheid verlaagt die belasting eerder al om brandstof betaalbaar te houden, onder meer in 2022 na de Russische inval in Oekraïne. Die maatregel is aanvankelijk tijdelijk, maar wordt drie keer verlengd. Ook nu geldt nog een accijnskorting, al is die sinds begin dit jaar minder ruim, zonder die korting zouden de prijzen per liter ongeveer 11 cent hoger liggen.
Andere Europese landen nemen ondertussen nieuwe maatregelen. Spanje verlaagt btw en accijns, waardoor benzine en diesel daar circa 30 tot 40 cent per liter goedkoper worden. Italië kiest eveneens voor een lagere accijns, goed voor ongeveer 25 cent prijsdaling. Noord-Macedonië verlaagt de btw op brandstof van 18 naar 10 procent, terwijl Zweden en Griekenland vandaag ook aankondigen dat brandstofbelasting omlaag gaat.
Voordeel voor automobilist, kosten voor schatkist
TNO-onderzoeker Peter Mulder zegt dat een accijnsverlaging snel uitvoerbaar is en direct merkbaar wordt voor huishoudens die veel rijden. Volgens hem maakt iedere goedkopere liter vooral verschil voor mensen die veel autokilometers maken. Daarmee is het effect op korte termijn duidelijk zichtbaar in de portemonnee van de consument.
Tegelijk plaatsen economen kanttekeningen bij de verdeling van dat voordeel. ING-econoom Bert Colijn zegt dat in Nederland de meeste autokilometers worden gemaakt door hogere inkomens, waardoor een groot deel van het belastingvoordeel bij die groep terechtkomt. Eerdere verlagingen kosten de overheid volgens Mulder ongeveer 1,5 miljard euro per jaar. Colijn wijst erop dat zo'n maatregel dan elders moet worden gedekt of leidt tot een hoger begrotingstekort.
Daarnaast blijft volgens Mulder het risico bestaan dat lagere accijnzen de vraag naar fossiele brandstoffen hoog houden. Hogere brandstofprijzen leveren de overheid wel meer btw op, maar Colijn nuanceert dat dit geen stabiele basis is voor compensatie, omdat bij lagere prijzen die inkomsten ook weer terugvallen. De afweging gaat daardoor niet alleen over koopkracht, maar ook over begrotingsruimte en energiebeleid.
Gerichte steun en elektrische alternatieven als langetermijnoptie
Mulder vindt daarom dat gerichte steun voor huishoudens met lage inkomens effectiever is dan een brede accijnsverlaging. Het gaat dan vooral om mensen die niet zonder auto kunnen en acuut in de knel komen door hogere brandstofprijzen. Volgens hem helpt een algemene belastingverlaging wel op korte termijn, maar lost die structurele kwetsbaarheid niet op.
Als alternatief noemt hij steun voor elektrisch vervoer, bijvoorbeeld via een stadspas met tegoed voor elektrisch deelvervoer. Daarmee kan de overheid steun inkomensafhankelijk maken, iets wat met een algemene accijnsverlaging niet lukt. Mulder verwijst ook naar Frankrijk, waar lage inkomens met overheidssteun voor ongeveer 50 tot 150 euro per maand een elektrische auto kunnen leasen. Colijn benadrukt eveneens het belang van gerichte maatregelen, waaronder subsidies om energierekeningen voor huishoudens betaalbaar te houden.
We berichtten eerder over de WTI-olieprijs die richting de 100 dollar opliep na oplopende spanningen in het Midden-Oosten en zorgen over verstoring van de aanvoer via de Straat van Hormuz. In die analyse beschreven we ook hoe de markt na een scherpe piek stabiliseerde, met technische niveaus die konden bepalen of de prijs verder zou doorstijgen of juist terug zou vallen.
Laatste Emirex nieuws
- Forex
- Crypto