TNO waarschuwt dat accijnsverlaging vooral hogere inkomens bevoordeelt
Volgens een nieuw onderzoek van TNO is een verlaging van de brandstofaccijns een dure maatregel voor de overheid, terwijl het voordeel relatief beperkt blijft voor huishoudens met de laagste inkomens. Het instituut schetst dat juist deze groep, wanneer zij veel autokilometers maakt, het zwaarst wordt geraakt door hoge brandstofprijzen. Daarmee plaatst het rapport de discussie over koopkrachtsteun en mobiliteitsbeleid in een bredere afweging tussen snelle verlichting en structurele oplossingen.
Hoogtepunten
- TNO stelt dat een accijnsverlaging van 10 cent de schatkist circa 1 miljard euro per jaar kost en gemiddeld €95 per huishouden oplevert.
- Volgens TNO profiteren vooral hogere inkomens van accijnsverlaging, doordat zij vaker auto’s bezitten en prijsstijgingen makkelijker opvangen.
- TNO benadrukt dat verduurzaming en steun voor lage inkomens bij overstap op elektrisch of deelvervoer structureel effectiever zijn dan tijdelijke accijnsverlaging.
Kosten van accijnsverlaging en verdeling van het voordeel
TNO berekent dat huishoudens met lage inkomens die bovengemiddeld veel rijden gemiddeld 17,6 procent van hun inkomen aan brandstof kwijt kunnen zijn. Een verlaging van de accijns biedt wel enige verlichting, maar volgens onderzoeker Peter Mulder profiteren vooral hogere inkomens daarvan. Dat komt onder meer doordat in hogere inkomensgroepen meer huishoudens een auto bezitten en zij prijsstijgingen doorgaans beter kunnen opvangen.
Volgens het onderzoek kost een accijnsverlaging van 10 cent de schatkist ongeveer 1 miljard euro per jaar. Gemiddeld levert dat een huishouden met een auto jaarlijks 95 euro op. Mulder stelt dat dit mensen wel helpt, maar dat het bedrag te beperkt is om als structurele oplossing te gelden.
Hoge prijzen sturen gedrag en vergroten druk op kwetsbare groepen
TNO verwacht dat automobilisten hun gedrag aanpassen als de brandstofprijzen hoog blijven. Mulder zegt dat mensen in zo'n situatie mogelijk minder gaan rijden, gaan carpoolen, vaker de fiets nemen of overstappen op het openbaar vervoer. Die aanpassingen zijn volgens hem niet eenvoudig, zeker niet voor mensen die sterk afhankelijk zijn van de auto.
Het instituut verwijst daarbij naar gedragsveranderingen tijdens de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne. Mulder zag toen dat huishoudens hun energieverbruik pas echt gingen aanpassen toen de prijzen sterk opliepen. Die ervaring ondersteunt volgens TNO de verwachting dat ook hoge brandstofprijzen uiteindelijk tot ander mobiliteitsgedrag leiden.
Structurele overstap naar alternatieven vraagt meer tijd en geld
TNO benadrukt dat verduurzaming op langere termijn meer effect kan hebben dan een tijdelijke accijnsverlaging. Mulder wijst erop dat brandstofprijzen grillig zijn en dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen een kernprobleem blijft. Tegelijk erkent hij dat de overstap naar alternatieven, zoals elektrische auto's, voor lagere inkomens financieel veel moeilijker is dan voor hogere inkomens.
Volgens Mulder kan de politiek daarom gerichter ingrijpen door lage inkomens te helpen bij de overstap naar deelvervoer of elektrisch rijden. Zulke maatregelen zijn ingewikkelder en leveren niet direct verlichting op, maar zij kunnen volgens hem wel structureel meer opleveren. Daarmee staat de overheid voor de keuze tussen snelle, kostbare steun en langzamer werkende investeringen met een groter langetermijneffect.
We berichtten eerder over de oplopende inflatie in Nederland, die in maart uitkwam op 2,7 procent en vooral werd aangejaagd door hogere brandstofprijzen na stijgende olieprijzen. Daarbij legden we uit dat die stijging niet alleen aan de pomp voelbaar is, maar ook breder doorwerkt in andere prijzen en zo de koopkracht van huishoudens onder druk zet.
Laatste Citizen Rights nieuws
- Forex
- Crypto