De Boer-schip baggert aan havenproject in Westelijke Sahara, juridisch risico neemt toe

De Boer-schip baggert aan havenproject in Westelijke Sahara, juridisch risico neemt toe
De Boer riskeert juridisch

Volgens scheepvaartdata van Marine Traffic werkt de Nederlandse baggeraar Parana de afgelopen dagen aan de monding van de nieuwe Dakhla Atlantic Port in de Westelijke Sahara, een gebied dat onder Marokkaanse bezetting staat. Daarmee komt de rol van baggerbedrijf De Boer in beeld bij een omstreden infrastructuurproject dat volgens deskundigen mogelijk botst met internationaal recht. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland stelt op zijn informatiepagina over zakendoen in het gebied dat economische activiteiten alleen zijn toegestaan als de opbrengsten ten goede komen aan de oorspronkelijke Sahrawi-bevolking.

Hoogtepunten

  • De Boer werkt met baggerschip Parana aan de aanleg van de Dakhla Atlantic Port in door Marokko bezet Westelijke Sahara, wat het juridische risico vergroot.
  • Experts benadrukken kans op schending van internationaal recht, mede door eerdere Europese hofuitspraken die handelsverdragen tussen EU en Marokko over dit gebied ongeldig verklaarden.
  • Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken toetst bedrijven alleen bij steunverzoeken, waardoor onduidelijk blijft welke juridische basis De Boer hanteert bij deelname aan het havenproject.

Havenproject vergroot juridische gevoeligheid

De Westelijke Sahara is sinds het vertrek van Spanje in 1975 onderwerp van een aanhoudend conflict tussen Marokko en de Saharaanse onafhankelijkheidsbeweging Polisario. Marokko bezet inmiddels ongeveer twee derde van het gebied, inclusief de volledige kuststrook waar het nieuwe havenproject wordt ontwikkeld. De Dakhla Atlantic Port moet de uitvoer van onder meer groene waterstof, landbouwproducten en fosfaat vergemakkelijken.

Volgens universitair docent Andrea Maria Pelliconi van de Universiteit van Southampton is deelname van buitenlandse bedrijven aan zulke projecten niet toegestaan, omdat andere landen en hun ondernemingen een onwettige situatie niet mogen ondersteunen. Hoogleraar Marcel Brus van de Rijksuniversiteit Groningen noemt het gebied eveneens nog altijd bezet en zegt dat bedrijven daarom juridisch risico lopen. Hij wijst erop dat economische activiteiten alleen verdedigbaar zijn als zij aantoonbaar in het belang zijn van de lokale bevolking.

Ook hoogleraar Liesbeth Zegveld spreekt van een aanzienlijke kans op schending van internationaal recht en van de rechten van de Sahrawi's wanneer ondernemingen meewerken aan projecten van de Marokkaanse overheid in het gebied. Zij verwijst daarbij naar handelsverdragen tussen de EU en Marokko over de Westelijke Sahara die door het Europese Hof ongeldig zijn verklaard wegens het ontbreken van toestemming van de bewoners. Dat vergroot de gevoeligheid rond commerciële activiteiten in het gebied verder.

Nederlandse toetsing blijft beperkt tot steunverzoeken

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken geeft aan alleen te toetsen of een bedrijf aan de voorwaarden voldoet wanneer het zelf om overheidssteun vraagt, bijvoorbeeld via een exportkredietverzekering. Of De Boer zo'n verzoek heeft gedaan, is niet duidelijk. Het ministerie doet geen uitspraken over individuele bedrijven.

De Boer reageert de afgelopen dagen niet op vragen over het werk van de Parana, ondanks meerdere pogingen om contact te leggen. Daardoor blijft onduidelijk op welke juridische of commerciële basis het bedrijf aan het project deelneemt. Voor Nederlandse ondernemingen onderstreept de kwestie dat activiteiten in de Westelijke Sahara niet alleen operationele kansen bieden, maar ook reputatie- en nalevingsrisico's met zich meebrengen.

Voor de bagger- en maritieme sector is de zaak relevant omdat infrastructuur in politiek betwiste gebieden steeds vaker samenvalt met exportketens voor energie, grondstoffen en landbouw. Juist daardoor neemt de druk toe op bedrijven om vooraf te beoordelen wie economisch profiteert van zulke projecten. In dit geval staat centraal of de baten van de nieuwe haven daadwerkelijk bij de Sahrawi-bevolking terechtkomen.

We berichtten eerder over de Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz en de diplomatieke druk van Nederland en andere landen om de vaarroute weer vrij te geven. Daarbij schetsten we hoe aanhoudende spanningen de energiehandel ontregelen, met gevolgen voor olie- en brandstofstromen en oplopende kosten in Europa.

Dit materiaal kan meningen van derden bevatten, geen van de gegevens en informatie op deze webpagina vormt beleggingsadvies volgens onze Disclaimer. Hoewel we ons houden aan strikte Redactionele Integriteit, kan deze post verwijzingen bevatten naar producten van onze partners.